• 22
  • Jan
  • bouw afvalcontainer

Het was in wezen de voorloper van de bouw afvalcontainer zoals we die nu kennen en bleek in de praktijk een handig systeem, er werd tot het begin van de jaren zestig gebruik van gemaakt. Het hele systeem, inclusief de z.g. container lossers, de opleggers die werden gebruikt voor het vervoer van de spoorweglaadkisten naar de laad- en losadressen, was ontwikkeld door DAF. De kist zelf woog zo’n 1300 kilo, kon 3700 kilo lading hebben met een volume van maximaal 12 kuub. Ook voor vloeistofvervoer had de NS al een gecontaineriseerde oplossing in de vorm van transportabele tanks met een inhoud van 5,5 kuub. Ook buitenlandse spoorbedrijven maakten al gebruik van containers, maar van enige standaardisatie was absoluut geen sprake, ieder had z’n eigen systeem en eigen afmetingen. Uitwisselbaar waren in feite alleen de laadkisten van de NS en van de Zwitserse Spoorwegen, omdat de Zwitsers het NS-systeem in licentie gebruikten. Een andere manier om te voorkomen dat het op de stations een drukte van belang werd met het laden en lossen van wagons, was het vervoeren van komplete wagons met lading naar het losadres. Zo’n wagon werd op een platte wagen gereden en vervolgens in z’n geheel naar de klant gebracht, waar hij werd gelost. Bij gelegenheid gebeurt dat nog wel. Van Casteren in Tilburg heeft nog steeds een platte wagen voor dit soort transporten. De spoorwegen zagen overigens al veel vroeger dan de wegvervoerders het voordeel van een scheiden van opbouw en chassis: je zet een container bij een klant neer die alle tijd heeft om hem te laden of te lossen, terwijl het rollende materieel, waarin het meeste geld werd geïnvesteerd, gewoon in bedrijf blijft. Het wegvervoer gebruikte de laadkist eigenlijk alleen maar voor verhuizingen, en dan vooral nog grote internationale verhuizingen. Een uitzondering vormde R.S. Stokvis en Zoon, een grote handelsonderneming, die rond 1950 al met een soort wissellaadbakken werkte. Een aantal van die bakken werden op een vrachtwagen met aanhanger gezet en vanuit de hoofdvestiging Rotterdam naar een van de nevenvestigingen gereden. Daar gingen de bakjes op kleinere vrachtwagens die vervolgens zorgden voor de distributie van de goederen.

De eerste echte afzetbakken, kompleet met poten eronder zodat de vrachtwagen heel makkelijk onder de bak kon rijden om hem op te pikken, kwamen pas eind jaren vijftig. Een van de pioniers was de Hilversumse carrosseriefabriek Renova, nog steeds een van de belangrijkste bouwers van afzetbakken. Voor de chauffeur was het werken met afzetbakken natuurlijk ideaal, zeker als z’n wagen ook nog eens was uitgerust met luchtvering. Een van de eersten die daarmee kwam was DAF, zij introduceerden het in 1957 als optie voor hun zware vrachtwagens. Inmiddels is luchtvering vrijwel standaard voor alle bedrijfswagens die werken met wissellaadbakken, vanwege de efficiency: zonder uit te stappen laat de chauffeur het chassis wat zakken, rijdt het onder de wissellaadbak, tilt met dezelfde luchtvering de laadbak wat op en is al bijna klaar om weg te rijden. Hij stapt even uit om de steunpoten in te klappen, zet de wissellaadbak vast en kan op pad. Hele distributiesystemen zijn inmiddels gebaseerd op de wissellaadbak, het efficiënt vervoer van meubelen met name zou ondenkbaar zijn zonder deze bakken.

  • 11
  • Jan
  • trouwringen

Gedurende de gehele negentiende eeuw genoot Parijs al een onbetwiste positie als het toonaangevende cultuurcentrum van Europa. In 1986 voegde hij elementen in goud toe aan deze verzelfstandigde afbeeldingen, bijvoorbeeld een gouden lijn bij een opname van een polsstokhoogspringer. Tijdschriften begonnen als medium een rol te spelen in de ontwikkelingen in de beeldende en toegepaste kunsten. Omstreeks 1985 werden er in Edel afgegeven dat trouwringen een groeimarkt zou worden. In de waardering voor de traditionele goudsmid technieken kan een invloed worden onderkend van de theorieën van Engelse denkers als John Ruskin en William Morris, die zich gekeerd hadden tegen de zielloze wijze van produceren in de industrie van de tweede helft van de negentiende eeuw. Een goed Nederlands huis dat een groeiende omzet in herensieraden meldde was De Koninklijke Hessing, het bedrijf dat in de naoorlogse jaren onder leiding van jan Hessing zo prominent aanwezig was binnen de Nederlandse branche. Dat was nadrukkelijk geen kwestie van financiële draagkracht. Het aardige is dat het zichtbaar laten en zelfs benadrukken van verbindingspunten aan het begin van de twintigste eeuw onderdeel uitmaakte van het idioom van de rationele richting in de Nederlandse Nieuwe Kunst en een belangrijk aspect was van het vroege werk van jan Eisenloeffel. De tentoonstelling trouwringen van led Stigter bij juwelier Bouman in Den Haag werd ook in de vakbladen gerecenseerd.1986 was nogal onverwacht gebombardeerd tot het jaar van de trouwringen.’ Het was een onverwacht pleidooi voor het werk van de kunstnijveraars in dit vakblad dat zo sterk op de handelsbelangen en de school in Schoonhoven was gericht. Het was een stuk dat in opdracht was gemaakt, voor een lange vrouw die geen trouwringen wilde waar je echt op moest letten en dat bij haar stranduitrusting zou passen als ‘iets om de hals om niet al te kaal te zijn’.

Door de relatie tot de menselijke maat en persoonlijkheid kunnen sieraden een hoge concentratie aan zeggingskracht bezitten. Het vakblad zag er in de loop van de jaren dertig echter wat kaler uit dan eindjaren twintig.’ Het verhaal is bekend, maar dergelijke bewoordingen elimineerden elke twijfel aan de kunstwaarde van het Museumjournaal. Daarentegen werden in deze moeilijke tijden bescheiden zilveren sieraden met kornalijn en bloedkoraal vanwege hun nationale karakter gepresenteerd als gewilde handelsobjecten, die om deze reden goud waard waren.’ Deze vraag houdt mij nog steeds bezig.’ Deze actie werd ondersteund door een advertentiecampagne in 6 grote dagbladen. Bij de ongemonteerde Leda met de Zwaan heb ik de indruk dat het koper is. (afb. Ook de publicatie Kunstvormen der Natuur van de zoöloog Erich Haeckel in 1899, met zijn prachtige, uitvergrote afbeeldingen van lagere organismen die alleen onder een microscoop zichtbaar waren, zou voor veel Nederlandse kunstenaars en kunstnijveraars een belangrijke inspiratiebron worden.

  • 30
  • Dec
  • speelhuis

De waarschijnlijk beste manier om het speelhuis te construeren is het volgen van de principes die de professionele bouwers van prefabhuisjes hanteren: maak de afzonderlijke wandpanelen van een simpel houten frame, bekleed met een planken betimmering. Gebruik hout van minstens 50 x 25 mm voor het frame, en zet de stijlen op ongeveer 450 mm van elkaar tussen de boven- en onderregel om voldoende stevigheid te hebben wanneer de betimmering ertegen wordt gespijkerd. Watervast multiplex (zogenaamd hechthout) is mogelijk het beste bekledingsmateriaal, maar u kunt hiervoor zonder bezwaar ook oude vloer- of schuttingplanken gebruiken. Bevestig de dwarsregels voor de deur- en raamopeningen, en spijker latjes aan de binnenzijden van deze openingen voor het beglazen van het raam en als aanslaglatten voor de deur. Gebruik hetzelfde materiaal als voor de wanden om een passende deur met klampen aan de achterzijde te maken en hang deze middels de scharnieren in het deurkozijn. Zet aan de binnenkant een eenvoudig haakje of schuifje waarmee de deur van binnenuit kan worden vastgezet, of monteer met hetzelfde doel een oplegslot met deurkrukken als het budget wat ruimer is. Zet in het raamkozijntje een onbreekbare, transparante plasticplaat, op zijn plaats gehouden door glaslatten, en gebruik desgewenst PVC-tape om een roedeverdeling te suggereren. Met een extra paar handen als hulp zet u de wandpanelen overeind: til het eerste paneel op de rand van de vloer, zet haaks daarop het tweede paneel en spijker ze in de hoekstijlen aan elkaar vast. Herhaal de handelingen voor het plaatsen van de overige panelen, en spijker de onderste paneelregel stevig vast aan de vloer.

Het eenvoudigste type dak is een plat dak bestaande uit een rechthoek van watervast multiplex, rondom ongeveer 50 mm over de wanden stekend. Geef het dak een lichte hellingshoek opdat regenwater makkelijk kan weglopen. Hiertoe zaagt u een lengte hout van 100 x 50 mm diagonaal in twee wigvormige stukken die aan één eind 50 en aan het andere eind 0 mm meten. Spijker ze op de bovenkant van de wanden, met het dikste eind op de voorwand van het huisje, en spijker een extra lat van 50 mm dik langs de bovenkant van de voorwand. Plaats de multiplexplaten en spijker ze rondom vast. Bedek het dakvlak met dakleer of asfaltpapier, en zet dat vast met gegalvaniseerde asfaltnagels. Vouw het dakleer om de randen van het dak en spijker het aan de onderkant daarvan vast. Let erop dat de nagelpunten niet door het dakoppervlak prikken. Voor een huisje met een puntdak kunt u eveneens multiplex gebruiken. Bedek het dakvlak met een dubbele laag dakleer (in dit geval geen asfaltpapier) en maak een voorziening die het dakvlak toegankelijk maakt - sommige kinderen kunnen het nu eenmaal niet laten het dak van hun ‘kasteel’ te beklimmen. Om gecompliceerd timmerwerk te vermijden is het ‘t simpelst om van stukken regel een soort ladder aan beide dakvlakken te bevestigen, met daartussen stevige dwarsregels van 75 x 50 of 100 x 50 mm als sporten. Laat de ‘ladder’ tot aan de nok doorlopen en zet deze goed vast met 100 mm lange houtdraad bouten.

  • 28
  • Dec
  • bollywood

In 1975 werd er op verzoek van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk een reizende bioscoop opgericht, die de verveling en heimwee in opvangcentra moest tegengaan. De reizende bioscoop toerde van 1976 tot 1982 met een draagbare projector en filmrollen langs de opvangcentra in de Noordelijke provincies. Welke films er in de jaren zeventig in de bioscoop gedraaid werden, is nergens beschreven. Maar het waren altijd films uit bollywood. Wel zijn er veel anekdotes over de manier waarop het er destijds aan toeging. De filmrollen kwamen met de boot uit Engeland, en waren meestal van vrijdag tot en met zondag beschikbaar. De grote kunst van de ondernemers was om de film in die korte tijd zo vaak mogelijk af te draaien voor zoveel mogelijk mensen. Zo kon er maximaal winst uit de dure rollen gehaald worden. Van Soedesh Kienno begreep ik dat een film regelmatig in twee zalen tegelijk draaide. Meestal draaiden de Indiase films ’s avonds laat in afgehuurde bioscopen. De film begon dan bijvoorbeeld in ASTA I om 21.30 uur. Als de eerste rol afgedraaid was, werd hij rond 23.00 uur in ASTA 2 op de spoel gezet. In ASTA 1 liep dan ondertussen de tweede rol door. Bij grote belangstelling was er zelfs een derde vertoning mogelijk, bijvoorbeeld om 00.30 uur. Zo werd er maximaal geprofiteerd van de gehuurde filmrollen en bioscoop. Ook gebeurde het dat een film om 21.30 uur in Rotterdam begon, terwijl hij om 23.30 uur alweer in Amsterdam geprogrammeerd stond. In de pauze van de eerste voorstelling werd dan de eerste rol met de auto naar Amsterdam vervoerd. Als in Rotterdam de tweede rol afgedraaid was, ging ook deze naar Amsterdam. Dit alles was zeer strak gepland. Mocht de auto onderweg een lekke band krijgen, dan moesten de mensen maar wachten.

De bloeiperiode van de Indiase filmvertoningen hield stand van begin jaren zeventig tot begin jaren tachtig, dit terwijl het gemiddelde bioscoopbezoek in Nederland in die periode juist fors daalde. Deze daling is toegeschreven aan de populariteit van de televisie, de toename van het aantal televisiekanalen, de opkomst van nieuwe recreatievormen en de concurrentie van video. Dit laatste punt liet ook Hindoestanen niet onberoerd. De opkomst van video leidde zowel in Suriname als Nederland tot een dramatische daling van hun bioscoopbezoek. Van 1986 tot 1991 werd er in Nederland zelfs geen enkele Indiase film in de bioscoop vertoond. De opkomst van video leidde tot een verhuiselijking van het film kijken. De ontmoetingsfunctie van de filmvoorstellingen kwam te vervallen. Tegelijkertijd verbeterde de toegankelijkheid van de films. Naar een video kon je kijken op een moment datje zelf goed uitkwam, met zoveel mensen als je wilde. De videorecorder vormde al snel een onmisbaar onderdeel van de huisraad in elk Hindostaans huishouden. De eerste Hindostaanse videotheken waren reeds in de jaren zeventig begonnen Van huis af. Vaak waren het hobbyisten die een paar videobanden verhuurden aan vrienden en kennissen in hun eigen omgeving, uiteraard zonder opgave aan de belasting. In die tijd kostte een lege videoband veertig gulden, een hele investering. De eerste officiële videotheek in Den Haag was die van John Rambali: Ram’s Videotheek. Zijn zaak op de Beeklaan werd geopend in 1974. Vijf jaar later openden Ahmed Video Centre (AVC), Roshan en Govinda’s. Deze vier videotheken bestaan nog steeds. Ze worden beschouwd als de vier ‘grote’ videotheken in Den Haag. Ze zijn gunstig gelegen in de wijken Transvaal en Schilderswijk waar de meeste Hindoestanen wonen. Hun ledenbestand is enorm.

  • 17
  • Dec
  • gebruikte kantoormeubelen

Door de gebruikte kantoormeubelen in het midden te plaatsen blijft langs beide gevels de totale lengte van de ruimte ervaarbaar. Ruimtes en inrichting zijn zoveel mogelijk geabstraheerd. In tegenstelling tot de warme materialen die Robbrecht en Daem toepasten in het luxe appartement, hebben Sterck en Van Rossem gekozen voor ‘coolwhite’. De donkere meubels zijn er als architectonische minivolumes in geplaatst. Het gebruik als architectenbureau voegt aan deze composities een laag toe, die voor de fotograaf nog niet zichtbaar was. De ambachtelijke beheersing van materialen en detaillering die uit veel Vlaamse projecten spreekt, komt in de Nederlandse situatie zelden voor. Dat hangt samen met budgetten en ontwerptraditie. In Nederland domineert het denken in concepten. Het gaat in eerste instantie om het ontwikkelen van een idee. Hiermee proberen ontwerpers een gericht antwoord te geven op een specifieke vraag. Niet de grootste gemene deler, maar het unieke karakter van de opdracht wordt gezocht. In Nederland onderscheiden ontwerpers zich door het vermogen oorspronkelijke concepten te bedenken. Deze trend zet zich onder meer door bij het inrichten van kantoren. Ontwerp en adviesbureaus ondersteunen opdrachtgevers bij het aanpassen van de huisvesting aan de specifieke organisatievorm en het gewenste imago. Reclame en marketingbureaus lopen hierbij voorop. Een goed voorbeeld is de inrichting van Compass Reclamemakers door EGM Interieurgroep. Het bureau is gevestigd in een nieuw karakterloos kantoorpand op een doorsnee bedrijfsterrein in de periferie van Oosterhout. Om de medewerkers een aangenaam werkklimaat te bieden en een omgeving te ontwikkelen die het imago van het bedrijf weerspiegelt, zijn Erik de Vrijer en Jan Paul de Ridder diep in de werkwijze van het bureau gedoken. Centraal in hun concept staat een meubel dat alle gemeenschappelijke functies in zich opneemt. Het strekt zich uit over twee verdiepingen. Door de concentratie aan functies en de opvallende vormgeving vormt dit meubel letterlijk de bindende factor tussen de verschillende afdelingen. Het is het geheugen van het bureau en het omvat tevens de archieven waarin de inspiratiebronnen opgeslagen liggen. In kleurstelling en belettering komt het overeen met de huisstijl van Compass. Een vide versterkt de werking van het meubel als verbinding tussen beide verdiepingen. Om dit centrale element alle aandacht te geven is de rest van de ruimtes eenvoudig en functioneel ingericht. Het contrast tussen het uitgekiende, specifieke meubel en de ruwe restruimtes is bewust geoptimaliseerd. Een groot meubel is eveneens de ruggengraat van de inrichting van een kapperszaak in Eindhoven door Urban Affairs.

Hier is het meubel op het eerste gezicht een functionele oplossing. Door het te behandelen als een ‘bar’ wordt benadrukt, dat naar de kapper gaan ook een sociale functie kan hebben. Tegelijkertijd werkt de bar enigszins vervreemdend. Ze is immers door haar betegeling gematerialiseerd als een onderdeel van een badkamer. De openbaarheid van een café strookt echter niet met de privacy van een badkamer. Juist dit grensgebied tussen privacy en openbaarheid is ook kenmerkend voor een kapperszaak. Het hybride kapmeubel eindigt in de kassa die door zijn situering een spilfunctie verkrijgt. In Nederland zijn de opleidingen tot interieurarchitect en designers ondergebracht bij de Hogescholen voor de Kunst. De scheidslijn tussen ontwerpers die zijn opgeleid aan de verschillende instellingen, is niet eenduidig. Maar toch doen zich verschillen in aanpak voor. Bij interieurarchitecten en designers is het denken in associaties en sferen sterker ontwikkeld dan het denken in architectonische composities en stijlen. Vaak is de interesse voor vorm en materiaalexperimenten groter en is er minder angst voor decoratie en voor de soms irrationele wensen van gebruikers en opdrachtgevers. Ook de eigen ontwerpen hebben lang niet altijd een rationele en logische onderbouwing nodig. Doordat ze dichter op de huid van de gebruikers zitten, slagen ze er beter in deze te voorzien van comfort of bewust uit te dagen. Een aardig voorbeeld is in dit verband Het Klooster.

  • 16
  • Dec
  • garages

De openbare ruimte rond de woningbouw werd autovrij gehouden door het parkeren te concentreren in aparte garages. Inpandige woonstraten verbonden de hoogbouwflats met de parkeergarages die op hun beurt direct met de ontsluitingswegen verbonden waren. Net als de woningen werden de parkeergarages in beton uitgevoerd. Bouwen in beton was snel en goedkoop. In combinatie met het zuiver functionalistisch karakter van de garages leidde dit echter tot onoverzichtelijke, onveilige en onprettige ruimtes. Met de toegenomen financiële middelen groeide de behoefte aan nieuwe en ruimere woningen. Tegelijkertijd werden de steden in Nederland en masse gereed gemaakt voor grote verkeersstromen die dwars door de centra leidden. Ten koste van historisch gegroeide stratenpatronen, kleinschalige bedrijfjes en woningen in de binnenstad van Amsterdam werd ingezet op schaalvergroting en bereikbaarheid van de stad als modem zaken- en vermaakcentrum. De Wibautstraat laat nog duidelijk de sporen zien van deze visie. De stijgende grondprijzen ten gevolge van de schaarse ruimte en kantoorontwikkelingen in het centrum van Amsterdam maakten het onmogelijk om op een betaalbare wijze aan de nieuwe wooneisen te voldoen. Bovendien werd het wonen in de stad door de cityvorming steeds onaantrekkelijker. Inmiddels konden meer mensen zich een auto veroorloven en was het niet enkel aan de elite voorbehouden om buiten Amsterdam te gaan wonen en in de stad te blijven werken. De uittocht uit de stad had tot gevolg dat het landelijk gebied rondom Amsterdam verstedelijkte. Verdere aantasting van natuur en landschapsgebieden moest worden tegengegaan. Door de overheid werden groei- en overloopkernen als Purmerend, Almere en Lelystad aangewezen waar veel Amsterdamse gezinnen naartoe trokken. In de zogenaamde slaapsteden was weinig werkgelegenheid. Het verkeer nam door het forensisme alleen maar toe.

De behoefte aan parkeerruimte in de toch al overvolle binnenstad van Amsterdam begon enorm te groeien als gevolg van de auto’s die overdag ongebruikt bij de werkplek stonden. Arbeidstijdverkorting leidde eveneens tot meer verkeersbewegingen. Toename van vrije tijd had tot gevolg dat er meer gerecreëerd werd. De auto gaf een ongekende bewegingsvrijheid en verspreidde zich over het hele land. Niet alleen voor het huis en bij het werk was er behoefte aan parkeerplaatsen, maar ook op verscheidene andere bestemmingen, waaronder de winkels in de binnenstad. Met de groei van het wagenpark kwamen er steeds meer opstoppingen en stegen de parkeerproblemen. In 1964 verschenen de eerste parkeermeters in het Amsterdamse straatbeeld, beheerd door de Parkeerpolitie. De vraag naar parkeerruimte groeide exponentieel. Er werd vooral nog op historische wijze geparkeerd op ‘braakliggende wagenpleinen of ‘voor de deur”. Bedrijven namen zelf het initiatief om het parkeerprobleem op te lossen. Bij nieuwe kantoren werden inpandige garages, parkeerdekken of daken gebouwd om werknemers en bezoekers te verlossen van het zoekverkeer en de hoge kosten voor straatparkeren. In 1974 kreeg de KPN (voorheen PTT) een garage in de Huydenkoperstraat in Amsterdam. Garage Munthof en Geelvinck in de Regulierdwarsstraat werden eind jaren zestig gebouwd op een braakliggend terrein dat gebruikt werd om op te parkeren.

  • 15
  • Dec
  • kerstpakketten

Men gaf elkaar kerstpakketten en andere geschenken. In het verleden was de boom bij vrijwel alle volkeren een uitermate geschikt symbool voor de vruchtbaarheid en de bron van alle levenskracht. de opdracht gaf dat alle jongens van maximaal twee jaar te Betlehem ter dood gebracht moesten worden.. Anderzijds het licht dat niet alleen de winternacht minder kil en duister maakte, maar eveneens de geesten de stuipen op het lijf joeg door zijn glans. De Saturnalia herinnerden eraan dat de god Saturnus nog onder de mensen leefde. Nog steeds wordt in delen van Scandinavië een twaalfdaags joelfeest gevierd. Voorts speelde het feit dat de dennenboom het hele jaar door groen bleef een niet te onderschatten rol. En omdat heel de natuur in vrede leefde, mocht er absoluut niet gejaagd of gevist worden. Daarom werd de kerkelijke kalender aan een revisie onderworpen. Onze glazen kerstballen verwijzen in feite naar de paradijsboom vol vruchten - vooral appels - uit de Tuin van Eden. Ook in Nederland werd de joeltijd aangeduid als de Twaalf Dagen en in Engeland met de naam Twelve Days, op 6 januari afgesloten met Twelfth Night.

Hier speelt de connectie tussen de maretak en de midwinterfeesten, waaruit Kerstmis voortsproot. Met de opkomst van de glazen ballen verdween dat voorouderlijke gebruik. De andere christenen trokken tegen deze opvatting fel van leer. Deze data stonden haaks op de berekeningen van enkele theologen en geleerden. Reeds in de Oudheid associeerde men de bomen met goden. Vrienden en familie komen bijeen en koesteren zich in vreugde, verbondenheid en warmte. Soms werd er een volledig dorp nagebootst, inwoners incluis. Niettemin zal geen enkele elektrische lamp ooit op kunnen tegen de magisch flakkerende vlammen van de kaarsen van vroeger. Het Vaticaan waarschuwde in de 19de eeuw tegen de invoering van dit heidense gebruik in Italië. Het hoeft geen betoog dat de kerstboom het meest verweven is met kerst Een kerst zonder kerstboom is volgens velen geen echte kerst De kerstboom is dan ook in de 21ste eeuw niet weg te denken uit de huiskamer en is alomtegenwoordig in het straatbeeld. Ook de puriteinen in de Verenigde Staten stonden afwijzend tegenover dit gebruik en waren zelfs tot het begin van de 19de eeuw tegen elke associatie tussen Kerstmis en het winterse groen. Ook uitbundig joel drinken met bier of mede was een noodzakelijk ingrediënt van de feestvreugde. Het opruimen van de kerstboom en de erbij horende attributen, uiterlijk op Driekoningen, is bijgevolg een restant van een heidens ritueel dat uitgegroeid is tot een populair, bijgelovig gebruik, waarvan weinigen de ware toedracht kennen. Over de mistletoe - deze Engelse benaming is afkomstig van het Angelsaksische mistletan, wat staat voor ‘andere tak’, een verwijzing naar de vaststelling dat deze plant een boom nodig heeft om te kunnen bestaan - of maretak in de kersttijd gedijen diverse verhalen. Hetzelfde gold voor tandpijn: men moest aan een boom een rood lint bevestigen, om zich dan zonder omkijken zo snel mogelijk uit de voeten te maken.

  • 14
  • Dec
  • bedrijfshulpverlening

Een medewerker bedrijfshulpverlening moet veel weten over slachtoffers in verschillende situaties. Het slachtoffer verliest veel warmte door het contact met de koude grond. Wanneer u een deken onder het slachtoffer wilt leggen, doe dat dan zo dat het slachtoffer zo min mogelijk beweegt. Zorg er verder voor dat het slachtoffer is toegedekt. Jonge kinderen en volwassenen verliezen ook nog extra warmte via het hoofd. Bescherm daarom altijd het hoofd tegen afkoeling. Overig letsel wordt behandeld wanneer het slachtoffer bij bewustzijn is en de vitale functies zijn veiliggesteld. Met overig letsel wordt bijvoorbeeld bedoeld: de behandeling van wonden, kneuzingen en/of botbreuken. Wanneer u als eerste ter plaatse bent bij een ongeval, is het belangrijk dat u na het inschatten van de ongevalsituatie en wat er gebeurd is, doelgericht en bewust hulp verleent. U dient hiervoor hoofd- en bijzaken van elkaar te kunnen scheiden. Bij een ernstig ongeval begint u met het controleren van de vitale functies (bewustzijn, ademweg vrijmaken en ademhalingscontrole). We gaan ervan uit dat als er geen ademhaling of normale ademhaling is, er een circulatiestilstand is en er gereanimeerd moet worden. Wanneer een van deze functies bedreigd wordt of ontbreekt, is het leven van het slachtoffer in direct gevaar. Bewustzijn en ademhaling (en ‘circulatie’) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bedreigingen in een van deze functies geven op korte of langere termijn ernstige problemen.

Bij ernstige bedrijfsongevallen of zwaar letsel, bent u erop gericht het slachtoffer in leven te houden door de vitale functies te herstellen of veilig te stellen. Behandeling van overige letsels, zoals botbreuken en andere verwondingen zijn hieraan ondergeschikt. Daartoe kan worden overgegaan, zodra de vitale functies van het slachtoffer veiliggesteld zijn. Bij volwassenen worden de vitale functies gecontroleerd volgens de volgende methode: bewustzijnscontrole; ademweg vrijmaken onder andere door het toepassen van de kinlift; ademhalingscontrole, door te voelen, kijken en luisteren. Bij een ademstilstand en daaraan gekoppeld een circulatiestilstand pompt het hart geen of onvoldoende bloed rond. Een circulatiestilstand is een levensbedreigende situatie. Met het stoppen van de ademhaling en de circulatie is ook het zuurstoftransport stopgezet. De organen krijgen geen of onvoldoende zuurstof (vooral de hersenen zijn daar erg gevoelig voor) en het slachtoffer ziet er bleek en slap uit. In de richtlijnen 2006 van de Nederlandse Reanimatieraad wordt uitgegaan van een circulatiestilstand wanneer het slachtoffer niet meer ademt of een niet normale ademhaling waarneembaar is. Onder een niet normale ademhaling wordt verstaan het onregelmatig en/of luidruchtig naar lucht happen (gasping). Gasping is het maken van adembewegingen, die niet leiden tot functionele zuurstofopname. Dit zal direct na de circulatiestilstand kunnen plaatsvinden en is van korte duur. Hierdoor kan de hulpverlener in verwarring komen. Goede controle van de ademhaling gedurende maximaal 10 seconden is daarom zeer van belang om deze onregelmatige ademhaling van een goede ademhaling te kunnen onderscheiden. Bij twijfel altijd starten met reanimeren! Wanneer u een slachtoffer nadert, controleert u als eerste het bewustzijn door het slachtoffer aan te spreken en voorzichtig aan beide schouders te schudden. Met de controle van het bewustzijn verkrijgt u informatie over het functioneren van de hersenen.

  • 11
  • Dec
  • bedrukte relatiegeschenken

Voor vrienden kan het leuk zijn om elkaar bedrukte relatiegeschenken te geven als teken van vriendschap, wat overigens ook geldt voor familie. Humor speelt ook een grote rol bij het geven van relatiegeschenken. De beste campagnes die het meest opvallen en die langdurig werken zijn die campagnes waar relatiegeschenken ingezet worden. Het blijft ingewikkeld om de betekenis en omvang te bepalen van relatiegeschenken op micro dan wel macroniveau, het ontbreekt ons aan economische model. In het westen wordt er op een bijna boerse manier begroet en vaak gehaast en direct te werk gegaan. Er hangt in deze landen veel meer af van de juistheid van het geschenk voor de situatie of de ontvanger. In de tegenwoordige tijd kunnen we onderscheid maken binnen het geven van relatiegeschenken tussen, promotie artikelen en persoonlijke geschenken. Op deze manier zal uw werknemer meer begrip voor u tonen en meer werk verzetten dan wanneer u uw werknemers nooit iets extras gunt. In het westen heb je deze protocollen alleen tijdens officiële staatsgelegenheden of een sport/wedstrijd op hoog niveau (het uitwisselen van vaantjes). In al deze gevallen zijn we bezig met consumeren onder de dekmantel van geven. Wat zijn de hobby’s van deze persoon wat eet of drinkt deze persoon graag en waar kunt u deze relatie gelukkig mee maken. Gaat het om een feestelijke bijeenkomst, een symposium of concert, stuur dan achteraf een aardige prent, de toespraken in een fraai vormgegeven bundeltje, of een cd van het concert. Naast het feit dat dit een mooi gebaar is naar uw zakenrelatie toe, is het ook een perfecte vorm van klantenbinding.

Hoe groot het deel van de economie is dat behoord tot het vakje “gifteconomie” is moeilijk te bepalen. Houdt deze bijvoorbeeld van autorijden, dan kunt u deze persoon een slipcursus cadeau doen of een uur rijden op een racecircuit in een echte raceauto. Bestel een voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht. Representatiegeschenken Alleen bij speciale gelegenheden (officiële bezoeken, jubilea en afscheidsrecepties) kan de bestuurder of directeur (of iemand , namens hem) aan de betreffende functionaris een representatiegeschenk, een per definitie exclusief cadeau, overhandigen. Het geeft de ontvanger het gevoel serieus genomen te worden. Het relatiegeschenk kaatst als een spiegel onszelf terug in het beeld dat wij ons van de ander gevormd hebben. Deze dag is een dag speciaal om elkaar een, vaak een bedrukt, relatiegeschenk te geven. Het juiste geschenk is van het grootste belang en kan ervoor zorgen dat een order wel of niet geplaatst wordt. In elke relatie worden geschenken gedaan. Het hele doel van de relatiegeschenken ligt toch meer op het vlak van waardering voor de ontvanger en het overbrengen van een boodschap, het bestempelen van de machtsrelatie. Nu de prijzen van dergelijke producten steeds lager worden, is het steeds gewoner geworden om deze technologisch hoogwaardige producten cadeau te doen. Een geschenk kan op zulke momenten een symbolische herinnering of markering en onderkenning van zo een moment vormen. Een samenleving waarin geen cadeautje worden geven is ondenkbaar.

  • 10
  • Dec
  • manchetknopen

De Tweede Wereldoorlog decimeerde de Europese bevolking, zowel aan de kant van de overwinnaars als aan die van de verliezers. Er was geen geld, geen fabricagemogelijkheden en zeker geen tijd voor zaken zoals manchetknopen. De economieën van het hele werelddeel moesten weer worden opgebouwd. Zelfs toen die weer opgebouwd waren, leden de meeste landen nog ettelijke jaren na het einde van de oorlog onder de rantsoenering van alle essentiële producten en diensten. Bovendien wilden de Britse mannen die zes jaar dienst in het leger hadden overleefd wel eens wat anders. De oude manier van doen, de traditionele kleding, de sombere kleuren pasten geen van alle binnen de verwachtingen die zij van de naoorlogse tijd hadden. Zij wilden flitsende en opwindende stijlen en kleuren. Zij wilden alles uit Amerika. Dat was voor hen het land van de onbegrensde mogelijkheden, het land dat de spierkracht geleverd had om Hitler en zijn fascisten te verjagen, het land dat erin geslaagd was zijn jongens in het heetst van de strijd van kauwgom en nylons te voorzien.

Europa verlangde naar wat het land aan de andere kant van de Oceaan te bieden had en Amerika stond klaar om de algehele nieuwsgierigheid te bevredigen. De oorlog had de toevoer van herenmode uit Engeland afgesneden. Tot dat moment had het land steeds de meest modieuze herenkleding ter wereld geproduceerd. Nu realiseerden de Amerikaanse fabrikanten zich dat dit hun grote kans was deze rol over te nemen. Zij voorzagen dat de terugkerende soldaten behoefte zouden hebben aan kleuren en vrolijke, moderne stijlen. En de dassenfabrikanten waren het best georganiseerd van allemaal. Het tijdschrift Arts Apparel plaatste het volgende commentaar op deze nieuwe situatie: “Europa is nu niet in staat dassen te ontwerpen. Soldaten zullen vragen om een overvloed aan kleur en zullen deze zeker aan de das ophangen.” De grote opkomst van de Amerikaanse manchetknopen was begonnen. Een trend van wijde, overdadig gekleurde ‘four-in-hand’-dassen met even overdadige motieven dicteerde de herenmode in de veertiger en begin vijftiger jaren. In feite was deze trend ontstaan op het moment dat de gevechten in Europa in volle gang waren, nog voor het Japanse bombardement op Pearl Harbour. Toen Esquire in 1939 zijn lezers nog aanraadde dassen te dragen die ‘conservatief waren, ‘gedekt en terughoudend’, werd er een bizarre, met een soort Hawaimotief bedrukte das op de Amerikaanse markt gebracht, die in de omgangstaal bekend kwam te staan als de ‘belly warmer’ (de buikwarmer).

  • 09
  • Dec
  • geboortekaartjes

Ook moet er nagedacht worden over geboortekaartjes die u na de geboorte van uw zoon of dochter naar iedereen zal gaan sturen. Natuurlijk is doorzettingsvermogen vereist als u als hobby heeft om geboortekaartjes te verzamelen. U kunt in dit geval het geboortekaartje zelf ontwerpen, maar u kunt het ontwerpen ook overlaten aan een kennis of een bedrijf dat gespecialiseerd is in ontwerpen. Natuurlijk gaat u ook geboortekaartjes versturen. U kunt er rekening mee houden dat wanneer u de geboortekaarten in de brievenbus stopt, dat de kaarten twee dagen later bij de ontvanger op de deurmat vallen. Geniet samen met uw partner en uw zoon of dochter van deze visite en laat u lekker verwennen. Over een aantal maanden zijn u en uw partner de trotse ouders van een prachtige zoon of dochter. Doorgaans stuurt u alleen een geboortekaartje naar familieleden die u nog wel eens ziet op verjaardagen. Natuurlijk zullen u en uw partner ook over geboortekaartjes na moeten gaan denken. Natuurlijk stuurt u naar uw beste vrienden een geboortekaartje. Doorgaans sturen de kersverse ouders een geboortekaartje naar familieleden, vrienden, collega’s, kennissen en buren. In vele kleuren, categorieën en formaten. Het belangrijkste wat op het kaartje moet komen te staan is de naam van de baby, de ouders van de baby, wat de lengte en het gewicht zijn en of u een zoon of een dochter erbij heeft gekregen.

Bij een neutraal geboortekaartje kunt u denken aan een geboortekaartje dat voor een jongen en een meisje kan zijn. Heeft u goed contact met één of meerdere collega’s, kunt u deze collega’s ook persoonlijk een geboortekaartje sturen naar het huisadres van deze collega. Ook voor mensen die u al op de hoogte gebracht heeft van de geboorte van uw zoon of dochter, kunt u de kaart meegeven wanneer zij op kraamvisite komen. Ga dan naar uw drukker. Natuurlijk kunt u, als laatste, ook een aantal oproepen plaatsen bij baby- en kinderwinkels. Gefeliciteerd met uw zwangerschap. De kaartjes dient u over het algemeen op te halen bij de drukkerij waar deze gedrukt zijn. Maar er zijn nog steeds mensen die geen e-mailadres hebben (voornamelijk de oudere mensen in de samenleving). Maar de mogelijkheid bestaat, net als bij andere manieren van verzenden van geboortekaartjes via internet, dat de door u verstuurde e-mail in de spamfilter van de desbetreffende persoon of personen terechtkomt. Zeker als u of uw partner creatief is aangelegd, is het makkelijk om een geboortekaartje te ontwerpen dat geheel naar uw smaak is. Natuurlijk gaat u niet naar een aantal familieleden die in hetzelfde huis wonen meerdere kaartjes sturen. Als u oproepen plaatst, is het natuurlijk niet zo dat er binnen 24 uur honderden geboortekaartjes bij u op de deurmat liggen. De meest makkelijke manier is om bij uw vrienden, familie en kennissen langs te gaan met de vraag of zij nog geboortekaartjes hebben liggen. Maar waar haalt u nou de geboortekaartjes vandaan als u deze verzamelt. Misschien weet u zelfs al of u zwanger bent van een zoon of juist van een dochter. Zo ja, dan heeft u de juiste tekst uitgekozen.

  • 08
  • Dec
  • fondsenwerven

fondsenwerven valt in deze tijd niet mee. Veel organisaties verkeren in moeilijkheden en zijn voor het voortbestaan van hun organisatie of vereniging afhankelijk van het fondsenwerven. Fondsenwerven kunt u op veel verschillende manieren doen maar het is wel belangrijk dat u kiest voor de juiste manier, een die bij het uiteindelijk doel van de vragende organisatie past. Ook moeten de starterskosten gedragen kunnen worden. Belangrijk is ook het te bestrijken gebied, gaat u fondsenwerven in een klein of groot gebied en is de fondsenwerving voor een kleine of grote organisatie. Wat is het uiteindelijk doel van de fondsenwerving? Is het doel meer leden of is er een tekort aan financi�n? Is het uiteindelijke doel van de fondsenwerving meer leden stel dan een commissie samen van huidige en oud-leden van de groepering waarvoor u werft. Maak een kostenplaatje. Bij een fondsenwerving is de PR belangijk, breng uw zaak onder de aandacht, schakel de media in en adverteer in zowel locale blaadjes als bij een grotere werving in de landelijke bladen. Is de fondsenwerving bijvoorbeeld bedoeld om meer leden te trekken voor een sportclub dan is de beste manier een “open dag”, vraag bekende spelers, liefst uit het gebied afkomstig, om vrijwillig mee te werken aan de fondsenwerving en organiseer een try-out. Zet inschrijftafels klaar zodat er op de dag zelf ingeschreven kan worden.

Laat de huidige leden en de oud-leden zorg dragen voor de informatie. Bied een proefperiode aan. Maak flyers, zet in deze flyer duidelijk op een rijtje wat de kosten zijn voor het lidmaatschap, kleding, schoeisel en dergelijke. Draai er niet omheen en geef geen vage informatie, mensen druipen weer af als de kosten hoger uitvallen dan in eerste instantie werd gedacht. Is het uiteindelijke doel financi�le middelen dan is de beste mogelijkheid, vooral in een klein gebied, om de ondernemers uit de buurt in uw fondsenwerving te betrekken door bijvoorbeeld een bijdrage te leveren voor een loterij in ruil van bekendmaking door welk bedrijf de prijs geschonken is. Organiseer wedstrijden waar voor deelname een kleine bijdrage voor het doel wordt gevraagd. Organiseer een vlooien of handwerkmarkt waar dingen te koop worden aangeboden. Huur attracties voor de kinderen in, Zet tafeltjes neer met collecte emmers voor de fondsenwerving. Ook kunt u ter afsluiting een vooraf besproken en betaalde barbeque houden. Verlies ook bij financi�le ledenwerving zeker het kostenplaatje niet uit het oog, onderhandel met de MKB, vaak werken zij gratis mee als u de tijd neemt om uit te leggen waarom fondsenwerving nodig is. Vergeet niet om op tijd contact op te nemen met de gemeente van uw stad of dorp, u heeft toestemming nodig voor loterijen, collectes en de meeste openbare gebeurtenissen. Fondsenwerven is een moeilijke en tijdrovende bezigheid, het vergt heel wat organisatietalent. Maak bij het fondsenwerven gebruik van vrijwilligers, hier ligt uw eerste besparing. Heeft u geen idee�n of weet u niet wat wel of niet mag neem dan contact op met de gemeente of surf eens over het internet.